|
Stichting Landelijke Erkenningsregeling per 31 december 2011 opgeheven
Bepaald niet als verrassing hebben de deelnemende erkende bedrijven er begin 2011 voor gekozen de LEF-erkenningsregeling te beëindigen. Zij spraken dit uit in de jaarvergadering waaraan het stichtingsbestuur een dergelijke vraag had voorgelegd. Al anderhalf jaar had het bestuur zich met de vraag bezig gehouden of de LEF zich nog zou kunnen onderscheiden. Vele jaren hebben de erkende bedrijven ‘voorop’ gelopen bij het verbeteren van zaken op het gebied van kwaliteit, arbeidsomstandigheden, milieu, administratie en uitvoering.
De afgelopen 5 jaar werden de bedrijven jaarlijks bezocht en geaudit aan de hand van een checklist en een benchmarksysteem. Hierdoor was het mogelijk objectiever te meten en te vergelijken. Zo langzamerhand werd echter vastgesteld dat een aantal punten werden bestreken door de ISO of de VCA. Bovendien is de brancheorganisatie zeer actief bij het geven van voorlichting op al deze terreinen. Geconstateerd werd dat veel is bereikt en dat dan ook kon worden geconcludeerd dat de LEF feitelijk haar doel had bereikt. De certificaten zijn nog van kracht gebleven tot 1 februari 2012. Er zal geen nieuwe auditronde meer volgen.
De stichting LEF is per 31 december 2011 opgeheven.

Het laatste bestuur: Zittend: Casper Guis (voorzitter), Peter van Voorden (vicevoorzitter) en Jan-Willem Herrewijnen (penningmeester). Staand: Wim van Anen (auditor), Henk de Koning (secretaris) en Kees Huisman (adviseur).
Voor nadere informatie kan men terecht bij het secretariaat van de NVAF:
Nederlandse Vereniging Aannemers Funderingswerken Adres: Postbus 440, 3840 AK Harderwijk Telefoon: 0341 - 456 191 Fax: 0341 - 456 208 e-mail: secretariaat@nvaf.nl webadres: www.funderingsbedrijf.nl
Oorsprong LEF-erkenningsregeling
“Een erkenningsregeling is een door of op initiatief van een brancheorganisatie (al of niet met andere) vastgestelde regeling op grond waarvan een onafhankelijke erkennende instantie verklaart dat een ondernemer, al of niet lid van de organisatie, aan bepaalde eisen voldoet, waarmee de ondernemer zich kan profileren.”
De erkenningsregeling voor de funderingsbranche ontstond in 1988 met het doel het zichtbaar maken en verbeteren van de kwaliteit van funderingswerk. Een branche met een lange traditie van het overdragen van kennis en vaardigheden binnen de bedrijven. Een periode van funderen en ‘bouwen aan betrouwbaarheid’. De funderingsbranche heeft gedurende de afgelopen kwart eeuw, met de nadruk op de periode tussen 1988 tot 2011, een geweldige ontwikkeling doorgemaakt. Vanuit een traditioneel ambachtelijk eenvormig familiebedrijf ontstond een moderne, hightech en veelzijdige bedrijfstak.
Vestigingswet - vestigingsvergunning De Vestigingswet Bedrijven 1954 bood in die tijd de mogelijkheid aan startende ondernemers wettelijke eisen te stellen op het gebied van kredietwaardigheid, vakbekwaamheid en handelskennis. Op deze wijze werden starters tegen zichzelf beschermd en de branche tegen de nadelige effecten van “avonturiers”. Die nadelige effecten voor de bestaande bedrijven betroffen in het algemeen lage prijzen, die starters hanteren om een plaats op de markt te bemachtigen en slechte kwaliteit door onvoldoende vakmanschap waardoor het imago van de branche kan worden aangetast. Voor een groot aantal sectoren in de bouw werden vestigingsregelingen vastgesteld in het Vestigingsbesluit Bouwnijverheidsbedrijven 1958. Dit bevatte vestigingsvoorschriften onder andere voor het:
- aannemersbedrijf op het gebied van de burgerlijke en utiliteitsbouw
- aannemersbedrijf op het gebied van de grond-, water- en wegenbouw
- alsmede vele deelbranches binnen de bouwnijverheid.
De toenmalige NVWH (Nederlandse Vereniging van Werkgevers in het Heibedrijf) wilde begin jaren ’80 ook zo’n vestigingsregeling om een stevige fundering te leggen onder de branche, een basis voor elk startend bedrijf in de vorm van kennis, inzicht en vaardigheid.
In die tijd werd echter in opdracht van de regering het nut van allerlei regelgeving onderzocht. Ook de Vestigingswet werd daarbij onder de loep genomen. Voor de funderingsbranche had dit tot gevolg, dat het verzoek voor een eigen vestigingsregeling in het kader van de deregulering werd afgewezen. De overheid gaf branches in overweging zelf voor de door hen gewenste regulering te zorgen door middel van een erkenningsregeling.
1987 Tijdens de algemene ledenvergadering van de NVWH op woensdag 26 augustus 1987 (waarin ook besloten werd de naam van de vereniging te wijzingen in Nederlandse Vereniging Aannemers Funderingswerken, NVAF) belichtte de heer H. de Koning uitgebreid de ontwikkelingen rond de vestigingswetgeving. Naar aanleiding van deze presentatie besloot de NVAF om de haalbaarheid van een privaatrechtelijke erkenningsregeling te onderzoeken. De overheid beloonde het initiatief van de funderingbranche met financiële steun voor een haalbaarheidsonderzoek.
1988 Een jaar later stond op de agenda van de algemene ledenvergadering van de NVAF van 21 april 1988 onder andere: “Erkenningregeling funderingsbedrijven, voorstel tot oprichting van de Stichting LEF”. De leden gaven groen licht voor de oprichting van de Stichting LEF en het opzetten van een erkenningsregeling. Hierbij werd gekozen voor een gefaseerde aanpak:
- onderzoek naar de haalbaarheid en mogelijke inhoud van een erkenningsregeling
- het opzetten van de erkenningsregeling, waarbij in de planning ook rekening werd gehouden met het inbrengen van certificatie van funderingstechnieken
- een proeffase om de praktische toepasbaarheid te testen, met name de gevolgen van de nieuwe NVAF-keuringsrichtlijnen voor funderingsmachines
- de introductie van de erkenningsregeling, en
- de eerste evaluatie, geprojecteerd in de loop van 1993.
1990 Op 8 mei 1990 werd de eerste bijeenkomst door de Stichting LEF gehouden in De Middenhof in Nieuwegein. Voor het verkrijgen van een beter inzicht in de aspecten, die in de erkenningsregeling moesten worden geregeld, werd eind 1989/begin 1990 onder de leden van de NVAF een onderzoek gedaan naar de wensen en meningen hierover. De belangrijkste elementen, die naar voren kwamen, waren: eisen op het gebied van personeel, materieel (keuringen), milieu en veiligheid en aandacht geven aan promotie. De uitkomsten van het vooronderzoek waren niet verrassend, maar wel informatief. Het was duidelijk waar de funderingsbranche stond. En dus ook wat er nog te doen was. Enkele feitelijke bevindingen onder 24 funderingsbedrijven:
- Marktaandeel ongeveer 65%
- Aantal werknemers 733
- Gering vakopleidingsniveau uitvoerenden
- Aantal in gebruik zijnde stellingen: 165
- Slechts 6 ondernemingen beschikken over arbo-veiligheidsplan
- 75% van de kraankeuringen omdat de opdrachtgever erom vraagt
Uitgangspunten erkenningsregeling De erkenningsregeling moest elementen bevatten, die voor partijen rendement konden opleveren. Daarom werden de volgende onderdelen in de LEF-erkenningsregeling opgenomen:
- Verbetering branche-imago
- Branchebescherming
- Materieelkeuringen
- Opleidingen
- Veiligheid
- Arbeidsomstandigheden
- Verbetering imago eigen bedrijf
Hiermee was het werkgebied voor de Stichting LEF afgebakend. Andere onderwerpen zouden in de kring van de NVAF als maatschappelijke organisatie behandeld worden. Daartoe werden meerdere commissies en werkgroepen op gang gebracht. Deze werkgroepen en de ondersteuning van het secretariaat van de NVAF in de persoon van mr. H. de Koning, hebben in die jaren een belangrijke bijdrage geleverd aan de beleidsvorming binnen de NVAF en daarmee aan de inhoudelijke ontwikkeling van de erkenningsregeling.
Het eerste bestuur van de stichting, eind november 1990, bestond uit: H. (Henk) van Hees (voorzitter), T.C. (Dick) Glorie, ir. A. (Aad) Kastelein, ir. P.J.C.M. (Peter) de Kort, J.J. (Jan) Leeflang en ing. B. (Bas) Nederveen.
Op 31 oktober 1991 werden de eerste vijf funderingsbedrijven officieel erkend tijdens een feestelijke uitreiking - omlijst met een bezoek aan de bouwlocatie voor de nieuwe Hemcentrale te Amsterdam – aan boord van de raderboot “Kapitein Kok”.
Eisen Geleidelijk zouden de eisen worden uitgebreid en verscherpt. Vooral de opkomst van de periodieke keuringen van funderingsmachines zou een belangrijk onderdeel gaan vormen. De NVAF had begin jaren ’90 de ‘NVAF-richtlijnen voor keuring van funderingsmachines’ ontwikkeld en deze in de latere versies gelijk tred laten houden met de nieuwe Europese richtlijnen voor funderings- en boormachines. Aanvankelijk kon met één NVAF-gekeurde machine worden volstaan, later werd dit opgeschroefd naar 50% en uiteindelijk 100%. Naderhand zouden de NVAF-richtlijnen ook worden uitbesteed aan de stichting TCVT en worden omgezet in een certificeringsregeling.
1997 Begin 1997 werd in de een werkgroep van de NVAF een vergelijking opgesteld tussen de LEF, de ISO 9000 en de VCA. Ook werden bezoeken gebracht aan enkele industriële bedrijven om te zien hoe die omgaan met VCA. De NVAF trad in het zelfde jaar op uitnodiging van de Stichting Samenwerken voor Veiligheid (SSVV) – de beheerder van het VCA-systeem - toe tot het bestuur van die organisatie in de persoon van de heer L. Mosselman. De uitnodiging vond haar oorzaak in de actieve houding van de NVAF om het VCA-systeem bij de lidbedrijven ingevoerd te krijgen. In 1998 werd een nieuwe versie van de erkenningsregeling vastgesteld met als belangrijkste vernieuwing, dat vanaf 2000 alle LEF-erkende funderingsbedrijven moeten beschikken over een VCA-certificaat.
Begin 1998 is de stand van zaken bij de LEF als volgt: Er zijn 31 erkende funderingsbedrijven, waarvan 29 lid van de NVAF. Van deze bedrijven beschikken 10 over een ISO 9000- én een VCA-certificaat. Daarnaast beschikken nog 11 funderingsbedrijven over een VCA-certificaat. In 1999 werd de heer W.H. van Anen benoemd in het Centraal College van Deskundigen VCA en kon hiermee inbreng leveren vanuit de praktijk van de funderingsbranche. Dit was van belang in verband met de nieuwe eis van de LEF, dat de erkende funderingsbedrijven in 2000 over een VCA-certificaat moeten beschikken.
Benchmarksysteem In 2002 werd het door de Federation of Piling Specialists FPS (de engelse brancheorganisatie) gehanteerde benchmarksysteem bekeken. Met dat systeem is het mogelijk de prestaties van de funderingsbedrijven op alle essentiële punten te volgen en door middel van een puntenwaardering zichtbaar te maken: benchmarking. Om de kosten voor de bedrijven die aan meerdere certificatiesystemen deelnemen te beperken, zou het benchmarksysteem een speciale voorziening kennen. Op basis van een geldig certificaat hoefde voor de erkenningsregeling een aantal onderdelen slechts marginaal getoetst te worden. Dit betrof met name de bestaande ISO-9000 en VCA-certificaten.
Aan het eind van 2002 werd besloten KIWA in te schakelen voor het uitvoeren van de pilot onder de LEF-erkende funderingsbedrijven. Eind 2003 werden de resultaten van de eerste bedrijfsbezoeken van KIWA aan de LEF-erkende funderingsbedrijven gepresenteerd. Besloten werd de nieuwe erkenningsregeling met het aangepaste benchmarksysteem met ingang van 1 januari 2004 van kracht te laten worden met een overgangsperiode van een jaar.
Eisen Rijkswaterstaat 2004 In de nieuwe Eisen van de Bouwdienst van Rijkswaterstaat voor het werken langs auto(snel)wegen werden de nieuwe LEF-eisen opgenomen. Sommige eisen betekenden een extra inspanning voor de funderingsbedrijven, onder meer in verband met de diplomering van funderingswerkers en het organiseren van toezicht.
Om de kosten van de bedrijfsbezoeken te beheersen werden de bedrijfsbezoeken vanaf 2005 door AKA (in de persoon van W.H. van Anen) overgenomen van KIWA. Door de introductie van het nieuwe benchmarksysteem kwam bovendien een eind aan de uitvoerende taken van Bureau Huisman B.V. in het kader van de LEF. In de rol van adviseur bleef drs K.J. Huisman aan de LEF verbonden.
Beoordeling De puntenbeoordeling vond plaats op basis van bedrijfscontroles op de volgende onderdelen:
- Contract en nazorg
- Ontwerp-, werkvoorbereiding- en uitvoeringsfase
- Veiligheid en gezondheid algemeen/VCA *)
- Veiligheid en gezondheid LEF-specifiek
- Opleidingen
- Milieu
- Administratief
- Projectbeoordeling
Voor erkenning was het noodzakelijk om de minimale totaalscore van 825 punten te behalen en op enkele ‘must’-normen eveneens de gestelde limiet.
2007 Op 17 januari 2007 nam C. (Casper) Guis de voorzittershamer over van H. (Henk) van Hees, die daarmee een bewogen periode van bijna 20 jaar LEF afsloot (met een tussenperiode van enkele jaren waarin Leo Mosselman voorzitter was). Tijdens de jaarvergadering van de LEF op 24 januari 2007 presenteerde de heer W.H. van Anen de resultaten van de bedrijfsbezoeken in 2006. In december zijn de resultaten over 2007 bekend.
2008 Tijdens de jaarvergadering van de LEF op 23 januari 2008 werden de uitkomsten van de bedrijfsbezoeken in 2007 gepresenteerd. Aan de volgende 20 deelnemende funderingsbedrijven werd het erkenningscertificaat 2008 verleend:
- Ballast Nedam Funderingstechnieken bv
- BAM Grondtechniek
- Hei- en Adviesbureau J. De Bruyn bv
- BZF Funderingstechnieken bv
- Dekker Infra bv
- Funderingstechniek Noord bv
- Geka Bouw bv
- Goorbergh Funderingstechnieken bv
- Van Halteren Infra bv
- Heijmans Infra Techniek bv
- Aannemingsbedrijf P&G Hoogwerff bv
- Kandt Aannemings- en Funderingsbedrijf bv
- Aannemingsbedrijf Gebr. De Koning bv
- Kuipers Funderingstechnieken bv
- Van der Straaten Aannemingsmaatschappij bv
- Terracon Funderingstechnieken bv
- Tubex bv
- Heibedrijf G. Verspui bv
- Volker Staal en Funderingen bv
- Woud Wormer bv
Onderzoek 2010 Achteraf zou blijken dat dit de laatste 20 bedrijven zijn die het erkenningscertificaat zouden ontvangen. Onderzoek onder alle betrokkenen in de loop van 2010 wees uit dat men toch naast de bestaande ISO- en VCA-certificaten te weinig toegevoegde waarde ondervond om het LEF-certificaat te handhaven. Met andere woorden: De markt had hier in de loop van de jaren kennelijk toch te weinig waarde aan toegekend. Anderzijds werd geconstateerd dat de LEF haar doel zeker heeft bereikt: de hele branche had een kwaliteitsslag gemaakt, mede dankzij haar voortrekkersrol.
Besluit In de jaarvergadering op 26 januari 2011 werd definitief een streep gezet onder de erkenningsregeling. De certificaten 2011 zouden nog geldig blijven tot 31 januari 2012. Het batig saldo van de stichting is inmiddels overgedragen aan de NVAF met als bestemming 'verbetering van het imago van de funderingsbranche'. De laatste jaarrekening ligt ter inzage op het kantoor van de NVAF te Harderwijk.
|